
Memorandum Federale & Regionale verkiezingen opgesteld door de Erkende en Bevoegde Instanties & Vereniging Levensbeschouwelijke Vakken
5 februari 2026
Persbericht VILD van 31 maart 2020 “Op anderhalve meter, maar nauw verbonden” (SV 31/03/2020)
5 februari 2026Klik hier om de PDF te downloaden
Memorandum
gericht aan de voorzitters van alle politieke partijen
vertegenwoordigd in de verschillende parlementen waarvoor op
26 mei 2019 verkiezingen worden gehouden
—————–
Inleiding
Sedert 2014 ontmoeten vertegenwoordigers van de levensbeschouwingen (d.w.z. de erkende erediensten en het vrijzinnig humanisme) elkaar geregeld voor overleg in de Vlaamse Interlevensbeschouwelijke Dialoog (VILD) over diverse aspecten van beleid en samenleving. Op 2 juni 2017 hebben de leden van de VILD een charter ondertekend en is er een overlegplatform geïnstalleerd tussen de erkende levensbeschouwingen en de Vlaamse overheid. Vanuit deze dialoog is dit memorandum ontstaan voor de verkiezingen van 26 mei 2019.
Levensbeschouwingen zijn waardevol in onze samenleving. Ze zijn een belangrijke zingever voor mensen en dragen bij aan de gemeenschapsvorming. Dit is een blijvende noodzaak in een maatschappij met een gemiddeld grote welstand, maar ook
met duidelijke problemen rond vereenzaming en armoede. Vele vrijwilligers en professionals die dagelijks het beste van zichzelf geven zijn levensbeschouwelijk geïnspireerd; zij bouwen mee aan een meer verbonden samenleving. De levensbeschouwingen zouden daarom door de overheid naar waarde moeten worden geschat en positief bejegend.
Ondanks het feit dat zowat alle onderwerpen verdeeld zijn over verschillende bevoegdheidsniveaus, hebben wij slechts één Memorandum geschreven.
I. Vrijheid en respect
De rechtsstaat dient de gewetensvrijheid en de daarop gebaseerde vrije meningsuiting te vrijwaren. De erediensten en levensbeschouwingen hebben een eigen inbreng in het maatschappelijk debat in respect voor de ander. We voelen dat deze grondrechten onder spanning staan en vragen bijzondere aandacht voor de vrijwaring ervan in de nieuwe regeerperiode.
II. Solidariteit
1. Inleiding
Wie besef heeft van rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid van mensen, ziet ook de noodzaak van solidariteit. Zo zijn mensen met elkaar verbonden en willen ze op basis van die verbondenheid elkaar steunen. Mede vanwege die waardigheid als mens mag onze solidariteit zich niet beperken tot het materiële: ze moet ook gaan naar het psychisch, sociaal, spiritueel en existentieel welzijn.
2. Armoede
De Vlaamse Interlevensbeschouwelijke Dialoog heeft tijdens de afgelopen legislatuur meermaals bijzondere aandacht besteed1 aan het probleem van de armoede en wil hiervoor blijvend aandacht vragen. Naar de nieuw te vormen regeringen toe herhalen we ons standpunt dat de overheid voorzieningen dient te treffen die bijdragen aan een grotere gelijkheid van toegang tot degelijk onderwijs, arbeid, huisvesting en zorg (overeenkomstig art. 23 GW) en dat ze groepen behoort te steunen die hieraan bijdragen2. Hiervoor kunnen middelen worden gecreëerd door structureel te werken aan een financieel en economisch stelsel waarin iedereen naar vermogen bijdraagt tot het algemeen belang, bijvoorbeeld door een rechtvaardiger fiscaliteit voor personen en bedrijven nationaal en Europees.
3. Vluchtelingen
Ten slotte vragen we een onverkorte handhaving van het Verdrag van Genève3. Een menswaardige opvang dient voor iedereen gegarandeerd te worden, in het bijzonder voor de meest kwetsbaren en voor kinderen. Levensbeschouwelijke gemeenschappen zouden graag betrokken worden bij een dialoog inzake asiel, huisvesting en integratie.
III. Vertegenwoordigers levensbeschouwingen
Voor wat betreft de vertegenwoordigers van de levensbeschouwingen zijn er op vijf vlakken aandachtspunten.
1. Statuut
Er zijn verbeteringen nodig in het statuut van aalmoezeniers/consulenten in het leger, gevangenissen, ziekenhuizen en aanverwante instellingen. Zij hebben naast artsen, psychologen en sociaal werkers immers een eigen belangrijke functie in de integrale zorg, met name in situaties die de zin van het bestaan raken.
2. Salaris
We pleiten voor een salariëring van bedienaren van de eredienst en moreel consulenten die rekening houdt met hun opleidingsniveau en hun verantwoordelijk-heden. In het huidig systeem zou de woonstvergoeding centraal moeten worden
vastgesteld en moeten worden meegeteld voor het pensioen.
3. Erkenning plaatselijke geloofsgemeenschappen
We roepen de verantwoordelijke regeringen ertoe op rekening te houden met de maatschappelijke ontwikkelingen waardoor er nu een groot aantal niet-erkende plaatselijke geloofsgemeenschappen bestaan. Om de rechtszekerheid te garanderen
zouden de gewestregeringen de liggende dossiers zo spoedig mogelijk moeten goedkeuren, uiteraard voor zover er geen ernstige tekortkomingen worden geconstateerd. Nu wordt echter eerder obstructie ervaren dan een positieve begeleiding. De erkenning van een plaatselijke geloofsgemeenschap moet uiteraard naadloos worden gevolgd door de financiering van de bedienaar van de eredienst.
4. Verantwoordelijk beleidsniveau voor levensbeschouwelijke gemeenschappen
De levensbeschouwingen staan open voor een overleg over de vraag welk beleidsniveau het meest geschikt is voor het financieel en materieel beheer (zoals kerkfabrieken) van de betrokken lokale levensbeschouwelijke gemeenschap:
gemeentelijk, provinciaal of gewestelijk.
5. Subsidiëring erkend representatief orgaan
Sommige steden staan niet toe dat ‘kerkfabrieken’ een financiële bijdrage leveren aan het erkend representatief orgaan als er tekorten moeten worden aangezuiverd in de kerkfabriek. Het representatief orgaan dient echter wel te functioneren, terwijl er nu voor de meeste representatieve organen geen enkele financiering bestaat. Aangezien de representatieve organen federaal zijn, dringt een federale tussenkomst zich op. Hierbij dienen criteria te worden opgesteld om de bestaande ongelijkheid weg te werken.
IV. Levensbeschouwing en neutraliteit
1. Inleiding
Waar de overheid neutraal behoort te zijn ten opzichte van elke eredienst of levensbeschouwing, is een individu nooit neutraal. Bij de behandeling van levensbeschouwingen en bij een interlevensbeschouwelijke dialoog moeten de levensbeschouwingen zelf aan het woord kunnen komen en mag dit niet worden overgelaten aan een ‘neutrale’ leerkracht of journalist. De samenleving hecht immers bijzonder veel waarde aan de permanente mogelijkheid tot dialoog en debat tussen
gelijkwaardige partners.
2. Onderwijs
Bij de interlevensbeschouwelijke dialoog in het onderwijs moeten de leerkrachten van de verschillende levensbeschouwingen geëngageerd betrokken blijven4 en is het behoud van twee uren godsdienst of niet-confessionele zedenleer aangewezen, onder meer om te kunnen werken aan de realisatie van de interlevensbeschouwelijke competenties zoals overeengekomen in het Vlaams parlement op 27 september 2013 en opnieuw bevestigd op 28 januari 20165.
3. Radio en televisie
In het recente programma-aanbod op radio en televisie rond levensbeschouwelijke of godsdienstige thema’s herkenden de levensbeschouwingen zichzelf regelmatig niet meer, ofwel omdat de levensbeschouwing was ondergesneeuwd, ofwel omdat
sommige facetten ervan waren uitvergroot. Het is daarom aangewezen dat de levensbeschouwingen opnieuw zichzelf voldoende kunnen presenteren.
Voor de Rooms-katholieke eredienst:
Jozef kardinaal De Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, voorzitter van de Belgische Bisschoppenconferentie
Voor de protestants-evangelische eredienst:
– ds. Steven Fuite, voorzitter van de Verenigde Protestantse Kerk in België
– dr. Geert W. Lorein, voorzitter van de Federale Synode van Protestantse en Evangelische Kerken in België
Voor de Israëlitische eredienst:
mr. Philippe Markiewicz, voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België
Voor de anglicaanse eredienst:
Canon prof. Jack McDonald, voorzitter van het Centraal Comité van de Anglicaanse eredienst
Voor de islamitische eredienst:
Mehmet Üstün, voorzitter van het Executief van de Moslims van België
Voor de orthodoxe eredienst:
Mgr. Athenagoras Peckstadt, metropoliet van België van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel
Voor het vrijzinnig humanisme:
prof. Freddy Mortier, voorzitter van deMens.nu
1 Cf. Armoedeverklaring overhandigd aan de voorzitter van het Vlaams parlement op 17 oktober 2018.
2 Cf. VN ECOSOC-verdrag 1966.
3 Internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, Genève, 28 juli 1951, B.S. 4 oktober
1953.
4 BuPo art. 18 §4 en EVRM eerste aanvullend protocol art. 2.
5 https://www.levensbeschouwelijkevakken.be/interlevensbeschouwelijke-competenties/ en https://onderwijs.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/01-28-engagementsverklaring- interlevensbeschouwelijke-dialoog.pdf





